(*samenvatting van het verhaal aan het einde van het artikel)


 

Minotaurus

(Picasso tekent een Minotaurus)

De legende van Theseus

Het verhaal van Theseus en hoe hij de Minotaurus versloeg, wie kent het niet? In de film “Gladiator” waarin Russell Crowe een Romeinse generaal speelt die tenslotte vervalt in slavernij, komt de Minotaurus als beeld ook terug. Het beeld van de Minotaurus, het wezen met een kop van een stier en het lichaam van een mens is uit de verre oudheid tot ons gekomen en spreekt nog steeds tot de verbeelding.
  Ik zal dit beeld nogmaals gebruiken om iets over schizofrenie uit te leggen en wel aan de hand van het verhaal van Theseus.
  Het verhaal gaat over het leven van Theseus. Er komen echter verschillende motieven in het verhaal voor:

  1. Het Labyrint
  2. De draad van Ariadne
  3. De Minotaurus
  4. De Minotaurus eet kinderen
  5. Daidalus en Talos
  6. Het doden van het monster
  7. Het niet-veranderen van het zeil

1. Het Labyrint

Bij schizofrenie is men de weg kwijt. Het labyrint, een eeuwenoud symbool, is een symbool van het feit dat men de weg kwijt is, dat men niet weet wie men is. De weg kwijt zijn is niet zo erg.

2. De draad van Ariadne

Ariadne, die verliefd wordt op Theseus, geeft hem een bol van draad en een zwaard. Theseus neemt, op zoek naar het monster, de liefde als leidraad.

3. De Minotaurus

De omgekeerde wereld. De wereld staat niet op zijn kop maar de persoon zelf. Hij zit teveel in zijn hoofd en niet in zijn lichaam en dit veroorzaakt problemen voor de persoon. Zie de tekening welke Bruno- Paul de Roeck van zichzelf heeft gemaakt.
(Bruno- Paul de Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, pag. 77)

4. De Minotaurus eet kinderen

De Minotaurus eet kinderen. Kinderen staan voor de spontaniteit van het leven. Het verhaal laat zien waar het mis is. Een gezonde volwassen persoon heeft nog volop kind in zich. Dit is echter bij de persoon welke teveel in zijn hoofd zit totaal afwezig.
Bruno- Paul de Roeck noemt dit in zijn verhaal ‘De Zotte Kraai’ “De genade van de raaskal”. De spontaniteit van het leven heeft het overgenomen van de koude rationaliteit:

“Edoch. Hij merkte dat bij deze vrouw zijn inkomen omhoog ging met nieuwe activa. Activa van kwaaiige wolken die hun gang gingen zonder goedkeuring. Activum van lachen rechtop. Activum van niet meer allenig besluiten. Activum van de eigen naam in een anonieme stad. Het activum van groeiende verwondering. En de ontdekking van een oneindige lekkage in het communicatiesysteem. Het activum van gesprek met de mussen, met de vis in de pan, met de eigen buik en onderlip. Het mededogen van onderkaken.
Gevangenen werden losgelaten van diep uit zijn longen. In zijn eigen lijf vastgeklemde huisgenoten gingen vrijuit. Zijn draak en zijn paarden stoeiden nu in dezelfde wei.”
(Bruno- Paul de Roeck, a.w., pag.78 en 79)

5. Het labyrint is gemaakt door Daidalos

Daidalos is een handwerksman en het verhaal van hem en zijn zoon die ontsnappen aan Koning Minos is wereldberoemd. Zij maken vleugels en vliegen weg maar Daidalos geeft een waarschuwing aan zijn zoon: vlieg niet te hoog naar de zon want anders zal de was smelten. Talos negeert de waarschuwingen en vliegt wel te hoog en stort neer in de zee.
Moraal van het verhaal:
Het labyrint, het feit dat men verdwaald is, wordt veroorzaakt door kennis. Kennis dient het leven te dienen en niet andersom.

“ Soms was hij dit tweede domiciel even kwijt en holde hij achter de moeraslichten van idealen aan of dwaalde hij rond in het bos van zijn gedachtenbouwsels, zodat hij niet meer wist wie of waar hij was. Of hij dook in de nevels van sombere fantasieën tot hij geen centimeter meer voor zich uit zag. Of hij probeerde in te wonen in andermans klooster .. wat altijd verkeerd uitpakte.”
(Bruno- Paul de Roeck, a.w., pag. 55)

6. Het doden van de Minotaurus

Het doden van de Minotaurus leidt ertoe dat men zichzelf vindt en een uitweg vindt uit het labyrint.

7. Het niet-veranderen van het zeil

Theseus vergeet het zwarte zeil te veranderen voor het witte. In verdriet stort zijn vader zich in de zee. Theseus komt niet terug als een vrolijke, lieve jongen maar zelfbewust en is in staat om het koningschap van zijn vader over te nemen.

  Vroeger, in oude tijden vertelde men vaak verhalen om kennis over te dragen. Deze verhalen worden mythen genoemd. Het verhaal van Theseus is zo’n verhaal. Het is een verhaal dat al eeuwen tot de verbeelding heeft gesproken.
  Het verhaal gaat niet over schizofrenie maar het leent zich er uitstekend voor om bepaalde zaken over schizofrenie uit te leggen. Wie meer geïnteresseerd is in de wetenschappelijke kant van schizofrenie, leze het boek “Schizofrenie is een mooie manier van zeggen dat wij het eigenlijk niet weten, aldus een klinisch psycholoog”.

Tien ossen

Nu haal ik er een ander verhaal bij: het verhaal van de 10 ossen van Kakuan. Een Taoïstisch en een Zenverhaal over het ontdekken van je eigen natuur.
De hoofdpersoon is op zoek naar de os. De os is hier het symbool van de eigen natuur. Het vinden van de os is dus het vinden van zichzelf. Allereerst het verhaal zelf:

“Kakuan, 10 ossen

De os is het eeuwige principe van het leven, echtheid in handeling. De tien ossen vertegenwoordigen opeenvolgende stappen naar de verwezenlijking van iemands ware natuur.
  Deze opeenvolging is vandaag even overtuigend als zij was toen Kakuan haar ontwikkelde van vroegere werken en zijn tekeningen van de os maakte. Hier in Amerika volbrengen wij een zelfde werk acht eeuwen later om de os levend te houden. (Ginds in Kyoto deed Tokuriki hetzelfde.).
  Een begrip van het creatieve principe gaat alle tijd en plaats te boven. ’10 ossen’ is meer dan poëzie, meer dan afbeeldingen. Het is een uitleg van geestelijke openbaring die op een lijn staat met elke bijbel van menselijke ervaring. Moge de lezer, zoals de Chinese patriarch, de voetafdrukken van zijn latente zelf ontdekken en, met de staf van zijn doel en de wijnkruik van zijn oprechte verlangen, vaak de marktplaats bezoeken en daar anderen verlichten.”


1. HET ZOEKEN VAN DE OS
eerste_ os

In de weide van deze wereld duw ik eindeloos het lange gras opzij op zoek naar de os.
Naamloze rivieren volgend, verdwaald op de onbegaanbare paden van verre bergen,
Terwijl mijn krachten falen en uitgeput zijn, kan ik de os niet vinden.
Ik hoor alleen de sprinkhanen sjirpen door het nachtelijk woud.

Kommentaar:
De os is nooit verloren geweest. Waarom zoeken? Alleen vanwege de scheiding van mijn ware natuur kan ik hem niet vinden. In de verwarring van de zintuigen verlies ik zelf zijn sporen. Ver van huis zie ik vele kruisingen, maar welke de juiste is weet ik niet. Hebzucht en vrees, goed en slecht, verstrikken mij.


2. HET ONTDEKKEN VAN DE VOETAFDRUKKEN
tweede_os

Onder de bomen langs de rivier ontdek ik voetsporen!
Zelfs onder het geurige gras zie ik zijn afdrukken.
Diep in afgelegen bergen worden zij gevonden.
Deze sporen kunnen net zo min verborgen worden als iemands
neus, die hemelwaarts kijkt.

Kommentaar:
Als ik de leer begrijp, zie ik de voetafdrukken van de os. Dan leer ik dat, juist zoals er zoveel gebruiksvoorwerpen gemaakt worden van één metaal, er zo ook ontelbare wezens gemaakt worden van het weefsel van het zelf. Hoe zal ik, tenzij ik onderscheid maak, het ware van het onware onderscheiden? De poort nog niet binnen, heb ik niettemin het pad al bespeurd.


3. HET ZIEN VAN DE OS
derde_os

Ik hoor het lied van de nachtegaal.
De zon is warm, de wind is zacht, de wilgen zijn groen langs de oever,
Hier kan geen os zich verbergen!
Welke kunstenaar kan die massieve kop, die majesteitelijke horens tekenen?

Kommentaar:
Wanneer men de stem hoort, kan men haar bron voelen. Zo gauw als de zes zintuigen in elkaar opgaan, is men de poort binnen. Waar men ook binnengaat ziet men de kop van de os! Deze eenheid is als zout in water, als kleur in verf. Het geringste ding is niet gescheiden van het zelf.


4. HET VANGEN VAN DE OS
vierde_os

Ik vang hem in een vreselijk gevecht.
Zijn sterke wil, zijn kracht is onuitputtelijk.
Hij stormt naar het hoge plateau van boven de wolkennevels,
Of hij staat in een onbetreedbaar ravijn.

Kommentaar:
Hij heeft lang in het woud rondgedwaald, maar vandaag heb ik hem gevangen! Verdwazing door de natuur stoort zijn richting. Verlangend naar smakelijker gras zwerft hij weg. Zijn geest is nog onverzettelijk en onbeteugeld. Als ik hem wil onderwerpen moet ik mijn zweep opheffen.


5. HET TEMMEN VAN DE OS
vijfde_os

Zweep en touw heeft men nodig,
Anders dwaalt hij misschien af van de een of andere stoffige weg.
Goed gedresseerd, wordt hij vanzelf rustig.
Dan gehoorzaamt hij, ongeboeid, zijn meester.

Kommentaar:
Wanneer er één gedachte opkomt volgen er andere. Wanneer de eerste gedachte uit verlichting voortkomt, zijn alle daaropvolgende gedachten waar. Door een waanbeeld maakt men alles onwaar. Een waanbeeld wordt niet veroorzaakt door objectiviteit, maar is het resultaat van subjectiviteit. Houd de neusring vast en laat zelfs niet de geringste twijfel toe.


6. OP DE OS NAAR HUIS
zesde_os

Ik klim op de os en rijd langzaam naar huis.
Het geluid van mijn fluit stijgt op in de avond.
Met handgeklap de kloppende harmonie scanderend, beheers
ik het eindeloze ritme.
Ieder die deze melodie hoort zal zich bij mij aansluiten.

Kommentaar:
De strijd is voorbij; winst en verlies zijn gelijk geworden. Ik zing het lied van de dorpshouthakker, en speel de deuntjes van de kinderen. Schrijlings zittend op de os kijk ik naar de wolken boven mij. Voorwaarts ga ik, wie mij ook terug mag roepen.


7. DE OS TE BOVEN
zevende_os

Schrijlings op de os kom ik thuis.
Ik ben rustig. Ook de os kan rusten.
De dag is aangebroken. In heerlijke rust
Heb ik binnen mijn met riet bedekte onderdak de zweep en het
touw uitgebannen.

Kommentaar:
Alles is één wet, geen twee. We maken de os alleen tot een tijdelijk voorwerp. Het is als de verhouding van konijn tot strik, van vis tot net. Het is als goud en metaalafval of als de maan die vanachter een wolk opduikt. Eén pad van helder licht beweegt zich door de eindeloze tijd heen.


8. DE OS EN HET ZELF BEIDE TE BOVEN
achtste_os

Zweep, touw, persoon en os – allemaal gaan zij op in het Niets.
Deze hemel is zo onmetelijk dat geen boodschap hem kan bedoezelen.
Hoe kan een sneeuwvlok bestaan in een razend vuur?
Hier zijn de voetafdrukken van de patriarchen.

Kommentaar:
De middelmatigheid is weg. De geest is vrij van beperkingen. Ik zoek geen staat van verlichting. Noch verblijf ik waar geen verlichting bestaat. Omdat ik in geen van beide toestand blijf hangen kunnen ogen mij niet zien. Al bestrooiden honderden vogels mijn pad met bloemen, zo’n lof zou zinloos zijn.


9. HET BEREIKEN VAN DE BRON
negende_os

Teveel stappen zijn er gedaan om terug te keren naar de oorsprong en de bron.
Beter was het blind en doof geweest te zijn van het begin af!
Wonen in je vaste verblijf, onbezorgd over dat wat buiten is –
De rivier stroomt rustig door en de bloemen zijn rood.

Kommentaar:
Van het begin af is de waarheid duidelijk. In zwijgend evenwicht beschouw ik de vormen van integratie en desintegratie. Iemand die niet gehecht is aan de ‘vorm’, hoeft niet te worden ‘hervormd’. Het water is smaragd, de berg is indigo, en ik zie datgene wat aan het scheppen is en datgene wat aan het vernietigen is.


10. IN DE WERELD
tiende_os

Blootvoets en mijn borst ontbloot, begeef ik mij onder de mensen der wereld.
Mijn kleren zijn gescheurd en zitten onder het stof, en ik ben steeds gelukkig.
Ik wend geen toverkunst aan om mijn leven te rekken;
Nu komen voor mijn ogen de dode bomen tot leven.

Kommentaar:
Binnen mijn poort kennen een duizendtal wezens mij niet. De schoonheid van mijn tuin is onzichtbaar. Waarom zou men zoeken naar de voetafdrukken van de patriarchen? Ik ga naar de markt met mijn wijnfles en keer terug naar huis met mijn staf. Ik bezoek de wijnwinkel en de markt, en ieder naar wie ik kijk wordt verlicht.

Toelichting op het verhaal van de tien ossen:

De veehoeder vindt de os en dus zichzelf maar hoe wispelturig deze natuur niet is! De os moet getemd worden om tenslotte op de os naar huis te rijden. Het verhaal gaat verder dan het slechts vinden van zichzelf. Het ideaal van het Verre Oosten is “de verlichte”. Dat is evenwel niet van belang voor hetgeen ik hier wil zeggen en ik zal er hier niet verder op ingaan. Waar het mij om gaat is dat het beeld van het zoeken van zichzelf en het tenslotte vinden van zichzelf omgekeerd is aan dat van het beeld van de Minotaurus.
  De persoon in het Japanse verhaal ZIT op de os. De os, d.w.z. zijn eigen natuur zit onder hem. Bij het beeld van de Minotaurus is het net andersom. De Minotaurus heeft het hoofd van een stier en het lichaam van een mens. Daarom moet het monster ook gedood worden om het leven mogelijk te maken.
  Het beeld van de persoon al fluitend op de os, is datgene wat in de therapie gezocht moet worden. De eigen natuur moet niet tegengesteld zijn aan het eigen ego, noch moet het onderworpen zijn aan het verstand (Minotaurus), maar men moet er in overeenstemming leven.

Conclusie

Het vinden van jezelf, het vinden van je eigen natuur is een oud menselijk probleem. Ik heb hierboven twee verhalen verteld. Eén westers, één oosters. Deze twee verhalen laten tegenovergestelde beelden zien. De Minotaurus tegenover de veehoeder op de os. De Minotaurus is het monster dat gedood moet worden, wil de persoon leven.
  De bedoeling van het vertellen van deze 2 verhalen is om het mogelijk te maken om op een psychologische manier over schizofrenie te denken.

*De legende van Theseus zoals verteld in het klassieke Griekenland

Koning Aigeus van Athene, achtervolgd door ongeluk en kinderloos door de vijandschap van Aphrodite, vestigde haar verering in Athene en ging weg om het orakel van Delphi te consulteren.
  Het schreef hem voor zijn wijnzak niet los te maken totdat hij weer thuis was, of hij zou op een dag sterven van verdriet. Op zijn weg terug door Troizen vertelde hij zijn verhaal aan Koning Pittheus, die, radend dat enige aanzienlijke geboorte was voorspeld, Aigeus terwijl hij dronken was, naar het bed van zijn dochter Aithra leidde. Later in dezelfde nacht, werd zij in een droom bevolen over te steken naar het eilandheiligdom van Athene, waar Poseidon ook met haar sliep. Toen Aigeus wakker werd, liet hij zijn zwaard en sandalen achter onder een altaar van Zeus, zeggend tegen Aithra, dat als een zoon geboren zou worden, hem naar Athene te zenden zo gauw als hij de steen kon optillen. Dit kon Theseus doen toen hij slechts zestien jaar oud was: hij was toen reeds een jongeling van heroïsche omvang en kracht, bekwaam met de lier en de uitvinder van het wetenschappelijk worstelen.
  Kiezend om naar Athene te reizen over de Isthmus weg, om zichzelf te bewijzen tegenover zijn gevaren, overwon hij in van man tot man gevechten al de monsters en tirannen die de reizigers tot prooi maakten. In Megara doodde hij de enorm grote zeug Phaia en in Eleusis doodde hij koning Kerkyan, die reizigers slachtte door hen te dwingen met hem te worstelen tot de dood.
  Toen hij Athene bereikte had de heks Medea, de maîtresse van zijn vader, een voorgevoel van zijn afkomst, en om de opvolging van haar eigen zoon te verzekeren, overtuigde zij Aigeus dat deze formidabele jongeling een bedreiging was voor zijn troon. Aigeus bereidde een vergiftigde beker voor om aan hem op een publiek feest te geven; maar Theseus onthulde het zwaard net op tijd. Aigeus sloeg de beker van zijn lippen en omhelsde hem vreugdevol; de heks ontsnapte in haar rijtuig getrokken door gevleugelde draken.
  Aigeus adopteerde Theseus als zijn opvolger temidden van publieke vreugde; Palles, de voormalige opvolger en zijn vijftig zonen, werden gedood door de jonge prins of in verbanning gedreven. Theseus werd nog beroemder door het temmen van een wilde stier welke de vlakte van Marathon teisterde. Spoedig daarna, echter, werd de stad in rouw gedompeld door de komst van de Kretenzische schattingsschap, met een eis voor de jongens en meisjes welke regelmatig weggezonden werden om verslonden te worden door de Minotaurus.
  Koning Minos van Kreta had van Poseidon een geweldige stier gekregen, in antwoord op een gelofte, om te offeren, maar hij had hem voor zichzelf gehouden. Als straf bezocht Aphrodite zijn koningin Pasiphae, met een monsterlijke passie ervoor, welke zij in een lege koe gemaakt door Daidalos de meesterhandwerksman voltrok. Hun nageslacht was de Minotaurus, een wezen met een lichaam van een man en het hoofd van een stier, welke zich voedde met menselijk vlees.
  Om zijn schande te verbergen, had Minos een ondoordringbare Labyrint laten maken, waar hij zich terugtrok uit de wereld, en in het hart van de doolhof verborg hij de Minotaurus, brengend een levering van menselijke slachtoffers in zijn hol.
De quota van Athene was zeven jongens en zeven meisjes, met hen ging Theseus; volgens de meeste versies, uit eigen beweging, anderen zeggen echter bij loting. Bij zijn vertrek droeg zijn vader hem op het zwarte zeil van het offerschip te veranderen in een witte, mocht hij levend terugkeren.
  Na zijn aankomst in Kreta, Minos dreef de spot met zijn claim dat hij de zoon van Poseidon was, en daagde hem uit om een ring welke hij in de zee geworpen had, terug te halen. Theseus ontving van de zeenimfen niet slechts de ring, maar ook de gouden kroon van Thetis. Zijn prestatie zorgde ervoor dat de dochter van Minos, Ariadne, verliefd op hem werd; ze gaf hem in het geheim een bal van draad waarmee hij de weg door het Labyrint kon terugvinden, en een zwaard om de Minotaurus te doden.
  Nadat hij dit gedaan had, verzamelde Theseus de jongelingen; maar de meisjes waren apart gevangen gezet. Theseus had zich hierop voorbereid in Athene door twee moedige maar vrouwelijke uitziende jongens te trainen de plaats in te laten nemen van de twee vrouwelijke slachtoffers. Deze openden de verblijven van de vrouwen, en al de slachtoffers ontsnapten naar Athene, Ariadne meenemend, welke Theseus echter achterliet op het eiland Naxos.
  Toen Dionysos haar vond, werd hij verliefd op haar en maakte haar de leidster van zijn bacchantengevolg. Toen hij Athene naderde, vergat Theseus het rouwzeil te veranderen voor een witte, met als resultaat dat Aigeus van verdriet van de Acropolis afviel, of van een hoge rots in de zee. Aldus besteeg Theseus de troon.
  Gedurende zijn regeerperiode zegt men dat hij Attica tot één geheel heeft gemaakt en wetten heeft gegeven aan landeigenaar, boer en handwerksman. Hij was beroemd om zijn bescherming aan slecht behandelde dienaren en slaven, voor wie zijn schrijn een heiligdom bleef tot ver in oude tijden.
  Pirithoos, koning van de Lapithen, roofde zijn vee als een uitdaging; maar de jonge krijgers kregen bewondering voor elkaar in het veld, en zworen eeuwige vriendschap.
Theseus nam deel in de Kaledonische jacht en de strijd van de Lapithen en de Kentauren en men zegt dat hij de daden van Heracles heeft nagestreefd.
  In een rooftocht tegen de Amazones voerde hij hun koningin, Hippolyta, weg. Later vielen haar mensen uit wraak Attica binnen; maar Hippolyta nam deel aan de strijd aan Theseus zijde, alwaar een pijl haar doodde.
  Voordat dit echter gebeurde had zij hem een zoon gebaard, Hippolytos.
Na haar dood ontbood Theseus Phaedra en trouwde haar, de jongste dochter van koning Minos. Hippolytos was nu een sterke en mooie jongeling, verknocht aan de rijkunst en toegewijd aan de kuisheidcultus van Artemis, de beschermgodin van zijn moeder. Spoedig was Phaedra gegrepen door een verterende passie voor hem en smeekte haar oude min om haar zaak te bepleiten. Na zijn geschokte weigering hing zij zichzelf op terwijl zij een brief achterliet welke hem beschuldigde van verkrachting. Theseus overtuigd door het feit van haar dood, verjoeg zijn zoon, en riep de doodsvloek over hem uit welke aan toevertrouwd was door zijn vader Poseidon.
  Toen Hippolytos met zijn strijdwagen langs de rotsachtige kustweg reed, zond de god een hoge golf, dragend op zijn schuimtop een zeestier, welke zijn paarden op hol deed slaan. Zijn gebroken lichaam werd teruggebracht naar Theseus die te laat achter de waarheid was gekomen.
  Daarna liet het lot Theseus in de steek. Toen hij Pirithoos hielp in zijn poging Persephone weg te voeren, werd hij opgesloten in de onderwereld in foltering voor vier jaar, totdat Herakles hem bevrijdde. Na zijn terugkomst vond hij Athene vervallen in wetteloosheid en opstand. Toen hij faalde om de orde te herstellen, vervloekte hij de stad en voer uit naar Kreta. Onderweg stopte hij op Skyros, waar hij door het verraad van zijn eigen gastheer, van een hoge rots in de zee viel.
(Vertaling uit het boek van Mary Renault, The Bull from the sea, Penguin Books, Middlesex, 1978, pag. 233 t/m 235)

Madzjan, sjamaan
15 mei, Rotterdam