“ Verklarende voetnoot over de genade van raaskal
Eertijds was besloten dat ge daartegen moest op- en afgevoed worden zodat ge haar niet zoudt weten. Zodat ge vanuit de afgezette afzetgebieden van Raskalin
de orde niet zoudt verstoren met opgewonden woorden zonder leiband vrijuit ongehoorzaam
aan de Belgisch-Nederlandse taalcommissie.
Deze planeet Raskalin was tot voor kort slechts toegankelijk voor houders van
een getuigschrift schizofrenie; sinds kort is zij ook genaakbaar voor niet-gediplomeerden
die aan verbazing te buiten gaan.”
(Bruno- Paul de Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, 1986)
In dit artikel zal ik drie boeken bespreken. Allereerst zal ik het boek “De
Zotte Kraai” van Bruno- Paul de Roeck en het boek “De Wildeman”
van Robert Bly behandelen. Deze twee boeken vind ik belangrijk in de bespreking
van schizofrenie. De boeken gaan niet over schizofrenie, noch over psychoses,
noch over schizoïditeit. En niettemin zijn het belangrijke boeken met betrekking
tot deze onderwerpen. Ik zal hieronder proberen uit te leggen waarom.
Ik heb elders betoogd dat “schizofrenie” niet een ziekte
is maar een complex psychologisch probleem. Indien je schizofrenie als een medisch
probleem beschouwt, dan praat je over neurotransmitters, chemische stoffen,
pillen, behandelingen.
Indien men schizofrenie als een psychologisch probleem beschouwt, dan is één
van de dingen die men kan doen zich wenden tot de literatuur om inzicht te krijgen
in de problematiek.
In mijn manuscript “Schizofrenie: wanneer de wereld zijn
betekenis verliest...” spreek ik over een proces. Men wordt niet zomaar
“schizofreen”. Daar gaat heel wat overheen.
Het punt dat ik heel belangrijk vind is het gebrek aan aarding: het niet met
beide benen op de grond staan. Het is de oorzaak van alle ellende. Het begrip
aarding gaat echter verder dan alleen het met beide benen op de grond staan.
Het betekent ook: op je plek zijn, in contact staan met je gevoelens, rust.
Nu sluit ik even aan bij de ervaringen van de lezers: het is heel goed mogelijk
dat wanneer je nieuw werk krijgt, je na verloop van tijd merkt dat je je niet
goed kunt aarden, je draai niet kan vinden en dat je tenslotte besluit je ontslag
te nemen. Het is alleen heel erg vervelend wanneer je niet
weg kan. Nog erger wanneer je afhankelijk bent. Het is een van de dingen welke
misgaan in een “schizofreen” gezin. De zoon of dochter kan niet
aarden, zijn draai niet vinden in het gezin.
Beide bovengenoemde boeken gaan over dit probleem. Alleen de zoon
vindt in dit geval een andere oplossing. Hij stijgt boven zijn problemen uit.
Een vlucht naar God in het geval van Bruno- Paul de Roeck, het spirituele in
het geval van Robert Bly. Dit gedicht van Robert Bly vat het goed samen.
Vijftig mannen zitten bijeen
De vrouw blijft in de keuken en wil
geen brandstof verspillen door het aansteken van een lamp,
en ze wacht
op de thuiskomst van de dronken echtgenoot.
Dan geeft ze hem
in stilte eten.
Wat doet de zoon?
Hij wendt zich af,
verliest de moed,
gaat naar buiten om zich te voeden met wilde
dingen, leeft tussen holen,
en hutten, eet afstand en stilte;
hij krijgt lange vleugels, betreedt de spiraal en verheft zich.”
(Robert Bly, De Wildeman. Een boek over mannen, pag. 47)
Spiritualiteit op zo’n jonge leeftijd leidt tot problemen.Voor alles
is een tijd en spiritualiteit dient de kroon op iemands leven te zijn. Niet
het begin. Deze stijging heeft een aantal consequenties. Robert Bly somt het
aardig op: Het leidt tot een verlies aan integriteit, naiviteit wat tenslotte
uitloopt tot een val. Het contact met het instinct moet worden teruggevonden
en dit gaat uiterst traag.
Eén van de veel gehoorde dooddoeners is dat men vroeger geloofde dat
“de moeder” de oorzaak van “schizofrenie” zou zijn.
Ik denk dat dit een vertekening en simplificatie van een standpunt is. Ik denk
in sommige gevallen zelfs een moedwillige vertekening. Niettemin komt het onderwerp
telkens weer terug. OOK IN DE BOEKEN VAN BOVENGENOEMDE SCHRIJVERS! En let op:
beide schrijvers hebben het niet over schizofrenie. Toch biedt
hun geschriften inzicht in de problematiek van “schizofrenen”.
In beide boeken vormen de ouders een probleem. Niet het probleem
maar een probleem. Het is alsof de ouders het kind niet kunnen ondersteunen
en zij worden zelf als probleem ervaren. Het meest duidelijk gebeurt dit in
het boek van Bruno- Paul de Roeck:
“ De Loernoot
Het hele kraaiennest woonde in een groot hoekhuis met vier verdiepingen. Benenden
was het bedrijf: Brood- en Kleingoedbakkerij. Daar werd gewerkt van de vroege
ochtend tot ’s avonds laat.
Zijn moeder vulde het huis. Met haar stem. Met haar gezag. Haar heiligheid.
Haar liefde voor de mensen. Haar gebed, haar wijsheid en alomtegenwoordigheid.”
(Bruno- Paul de Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, 1986, pag.
12)
De beschrijving van de moeder gaat nog even door. De bijpassende tekening zegt
alles:

(Bruno- Paul de Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, 1986, pag. 14)
Robert Bly wijdt een groot deel van zijn boek aan de problematiek van de onbewuste
moeder en vader. En dan met name op de afwezigheid van de vader en mannelijke
voorbeelden. Robert Bly:
Omdat ik sinds het begin van de jaren tachtig aan mannenbijeenkomsten heb deelgenomen, heb ik steeds weer dezelfde verklaring van mannen gehoord, maar wel op honderd verschillende manieren verwoord:” Er is niet genoeg vader.”
Blijkbaar is het niet mogelijk om de aanwezigheid van ouders en hun opvoeding weg te cijferen of te doen alsof het niet van belang is. De ouders worden als probleem ervaren. Een zodanig probleem dat toevlucht wordt gezocht in het goddelijke.
Het toevlucht zoeken in het goddelijke, het spirituele brengt bijkomende problemen
met zich mee. Er zijn wel degelijk ervaringen op dit gebied te beleven. Het
vormt alleen een probleem wanneer dit niet gegrond ervaren wordt. Verder spreek
ik van “toevlucht” en daar zit het woord “vlucht” in.
Dat betekent dat de ervaringen op het spirituele vlak vaak niet goed geplaatst
worden of dat de “schizofreen” er niet goed mee om kan gaan. Het
spirtuele vormt dus zelf een probleem.
Een schizofreen krijgt dit echter ineens voor zijn kiezen terwijl
de boeken van bovengenoemde schrijvers een heel leven omspannen. Het lezen van
beide boeken levert dus onschatbare informatie op. Beide schrijvers hebben spirituele
ervaringen, beide schrijvers maken een val mee, beide schrijvers hebben het
over het contact zoeken met het instinct, beide schrijvers vertellen dus hetzelfde
verhaal zonder dat zij er aan onder door zijn gegaan zoals dat bij “schizofrenen”
het geval is.
Beide schrijvers doen er een heel leven over om de weg terug te
vinden. Is het evenwel mogelijk om de weg onmiddellijk terug te vinden zonder
er een leven over te doen? Deze vraag is van het grootste belang voor de schizofreen.
Mijn antwoord is ja. Het is volkomen mogelijk om de weg onmiddellijk terug te
vinden. Dat heb ik evenwel reeds elders uitgelegd.
Wat is de verbinding, de relatie tussen deze boeken en schizofrenie?
Beide boeken gaan over dezelfde levensreis waarin dezelfde elementen in terugkomen:
stijging, de val, de tuin, een levensdoel en tenslotte het in contact staan
met hun instinct, “de wildeman”. Beide boeken gaan, ik zeg het nog
eens nadrukkelijk, niet over schizofrenie. In plaats te blijven steken in
een gezinsproblematiek overstijgen zij hem. Dat overstijgen wordt zelf een probleem
en lost de problemen niet op. Integendeel, deze moeten in een later stadium
opgelost worden. Deze boeken vormen een bron van kennis over “schizofrenie”.
Beide boeken leiden tenslotte tot een ander belangrijk punt: de “wildeman”,
het contact met het instinct. In deze boeken wordt dat pas gevonden na vele,
vele jaren. Dit voert ons tot de behandeling van een ander boek. Het boek van
Robert Louis Stevenson:” The strange case
of Dr. Jekyll and Mr. Hyde”.