Samenvatting van het boek hier onderaan:
In het verhaal is het beest in Dr. Jekyll vijandig aan zijn ego. Het is zijn
alterego. Het is een boek dat nog steeds tot de verbeelding spreekt. Als je
in je leven dingen doet welke je hoofd wilt maar je lichaam niet, wordt het
lijf kwaad. Steeds kwader. En tenslotte is deze vijandig aan je bedoelingen
en keert zich tegen je.
Hoe anders beschrijft Bruno- Paul de Roeck het beest in zichzelf.:
De wijze en het beest
Op zijn twintigste had hij de ouderlijke woning verlaten om zijn wijze man
te zoeken. Al met al was hij vijftig toen hij het verblijf van de wijze eindelijk
vond. Hij belde aan.
Maar wat bleek? Hij schrok zich een aap. Want zijn wijze deed open en wat bleek?
De wijze zag er uit als het beest, als de aap die hij reizende achter zich had
willen laten. De aap met dwars door de broek gegroeide blote billen. Het grijzende,
mekkerend lachende beest, aandachtig z’n vlooien tussen duim en wijsvinger
knijpend om ze dan liturgisch zorgvuldig tussen de kiezen te kraken en te snoepen.
(Bruno- Paul de Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, pag. 72)
Wanneer iemand niet in overeenstemming leeft met zijn diepste zelf, kan dit
zich uiten in agressie. De energie vindt hoe dan ook toch een uitweg.
Agressie moet men evenwel niet geheel en al negatief opvatten. Rugbyspelers,
judoka’s, en vrouwen met kinderen zijn agressief. Agressie om de grenzen
te verdedigen, om iets te verkrijgen dat belangrijk voor je is.
Voor een “schizofreen” is agressie niet zo vanzelfsprekend.
Hij staat niet in contact met zijn diepste zelf. Hij is kwaad (hij weet vaak
niet waarom) en kan zich niet uiten. De kwaadheid is niet natuurlijk meer en
daarom vijandig aan de “schizofreen”.
Ik kan me een gesprek herinneren met een sociaal-psycholoog. In
dit gesprek was ik niet vriendelijk en liet ik me in nogal heftige bewoordingen
negatief uit over het RIAGG. Dat vond hij niet leuk. Hij zei dat hij me nogal
agressief vond. Waarop ik antwoordde:” Ik ben kwaad en dat toon ik ook
nog!”. Door zo te spreken en te handelen bleef ik binnen mijn grenzen.
Iets dat “een schizofreen” niet kan. Of hij krimpt in elkaar of
hij gaat een ander te lijf. Er is geen midden.