“ God stijgt uit boven ons ‘bevattingsvermogen’. Een groot aantal mensen schijnt dat niet te accepteren.”
(Toon Hermans, Elke dag een treetje, Uitgeverij, plaats, jaar, pag.)

Enige tijd geleden ging ik wierook kopen in een New Age-winkel en ik pakte daar een folder gemaakt door het (voor mij onbekende) “Centrum voor Spiritualiteit en Filosofie”. Ik wist niet wat ik las:

“ Symposium: Verknipt of verlicht? Over de grenzen tussen spirituele verlichting en psychiatrische stoornis – een verkenning vanuit psychiatrisch, filosofisch en neurobiologisch perspectief.” met daaronder een aantal dure namen van een aantal professoren en drs’sen.

Precies waar mijn manuscript:” Schizofrenie: wanneer de wereld zijn betekenis verliest...” over gaat! It’s too good to be true. De psychiaters kruipen uit hun medisch-biologische schulp en gaan uitspraken doen over spiritualiteit en spirituele verlichting.
 Ik ben overigens niet naar het symposium geweest. Het maakte teveel de indruk van ons kent ons. Veel dure namen die daar een beetje gewichtig stonden te doen zonder dat ze enig verstand van zaken hebben.
  Maar het onderwerp is bijzonder interessant. En de vragen welke in de folder gesteld worden zijn bijzonder interessant. Daarom zal ik de hele tekst uit de folder hier plaatsen:

“ Symposium: Verknipt of verlicht?
Vrijdag 14 december 2001: 13.30 – 17.30, Bibliotheektheater Rotterdam.

over de grenzen tussen spirituele verlichting en psychiatrische stoornis – een verkenning vanuit psychiatrisch, filosofisch en neurobiologisch perspectief.

In hun zoektocht naar spiritualiteit komen steeds meer mensen in aanraking met stromingen en tradities waarin gestreefd wordt naar zogenaamde verlichtingservaringen. Vanuit psychiatrisch perspectief bezien, is deze ontwikkeling niet geheel onproblematisch. Terwijl in de psychiatrie een ‘normale’ realiteitsbeleving en een stevig gevormd ego als noodzakelijke voorwaarden voor een gezonde persoonlijkheid worden gezien, lijkt de kern van spirituele verlichting juist te bestaan uit een zeer bijzondere beleving van de realiteit en een afbraak van het ego.

Voor een psychiater rijst dan al gauw de vraag hoe een verlichtingservaring te onderscheiden is van een psychiatrische stoornis, in het bijzonder van een psychose. Als er al verschillen kunnen worden geformuleerd, blijven er andere dringende ervaringen over. Kan iedereen zomaar ‘het spirituele pad’ op, zonder begeleiding van iemand die oog heeft voor psychiatrische gevaren? Zijn alle methoden die naar verlichting zouden moeten leiden, vanuit psychiatrisch oogpunt bezien wel even wenselijk?

Ook vanuit filosofisch perspectief roept het onderscheid tussen verlichting en psychiatrische stoornis interessante vragen op. Welke verschillende benaderingen zijn er mogelijk om de relatie tussen psychose en verlichting te verhelderen? Hoe kunnen de eventuele overeenkomsten en verschillen in existentiële ervaring worden omschreven? Is spirituele ervaring te reduceren tot iets anders?

Voor het beantwoorden van deze laatste vraag zijn ook de inzichten van de neurobiologie van belang. In deze zich snel ontwikkelende tak van wetenschap, die steeds belangrijker wordt voor de moderne psychiatrie, wordt de werking van de hersenen bestudeerd. Wat is er vanuit dit perspectief te zeggen over verschillen en overeenkomsten tussen verlichtingservaringen en psychiatrische stoornissen? En hoe moeten we het verband zien met andere ervaringen?

Op deze vragen zullen psychiater drs. Norbert Scheepers, filosoof dr. Douwe Tiemersma en neurobioloog prof.dr.Dick Swaab op het symposium antwoorden proberen te formuleren. Na hun lezingen gaan zij in debat, met elkaar en met de forumleden prof. dr. Andries van Dantzig, psychiater, en prof dr. Otto Duintjer, filosoof. Dit zullen zij doen onder leiding van filosoof dr. Jan Bor, die tevens optreedt als dagvoorzitter en inleider.”

Niet te geloven toch? Zijn de psychiaters eindelijk wakker geworden? Heeft de praktijk geleerd dat een puur medisch-biologische benadering volstrekt onvoldoende is? Dat ze, gezien de tekst, nog volstrekt in het duister tasten, maakt niet uit. Laten we hopen dat dit symposium een teken is dat men in de psychiatrie over de eigen grenzen heen gaat kijken. Het werd wel zo onderhand tijd.
  Dan ga ik nu over tot een bespreking van de hierboven gestelde vragen.

Psychiatrie en spirituele ervaringen

lijkt de kern van spirituele verlichting juist te bestaan uit een zeer bijzondere beleving van de realiteit en een afbraak van het ego.

Antwoord: Een afbraak van het ego? Geenszins. Het woord “afbraak” is negatief en dus niet correct. Ik zal een ander beeld gebruiken om uit te leggen wat er gebeurt. Een rups eet zich helemaal vol. Op een gegeven moment voelt hij dat het tijd is om te verpoppen. Hij gaat aan een blad hangen en weeft draad voor draad een cocon. In het cocon gebeurt iets wonderlijks. Hij wordt een vlinder. De vlinder komt uit de cocon en vliegt weg. En wat een verschil tussen de lelijke rups en de mooie vlinder!
Zo ook moet het zoeken naar spirituele verlichting gezien worden: de mens vreet zich in de eerste periode van zijn leven helemaal vol. Vervolgens “voelt” hij dat er meer moet zijn en gaat daarnaar op zoek. Door middel van meditatie (wat goed te vergelijken is met het weven van zijdedraden) kan hij zich geleidelijk openstellen voor meer (positieve) ervaringen. Dit vereist discipline en inspanning!

Voor een psychiater rijst dan al gauw de vraag hoe een verlichtingservaring te onderscheiden is van een psychiatrische stoornis, in het bijzonder van een psychose.

Antwoord: Bovenstaand symposium ging in hoofdzaak om het probleem hoe “verlichtingservaringen” te onderscheiden van psychotische ervaringen. De heren psychiaters en filosofen geven blijk van weinig kennis van zaken te hebben door te spreken van “verlichtingservaringen”. De term “verlichte” persoon wordt gehanteerd voor diegenen die alle meditatieve ervaringen beleefd heeft. Dus in plaats van te spreken over “verlichtingservaringen” zoals in bovenstaand symposium gedaan wordt, kan men beter spreken over meditatieve ervaringen.
Meditatieve ervaringen zijn ervaringen die buiten het bereik van ervaringen van het dagelijks bewustzijn liggen. Meditatieve ervaringen zijn positief en dragen als kern liefde met zich mee. Psychotische ervaringen zijn negatief. Een essentieel verschil.

Kan iedereen zomaar ‘het spirituele pad’ op, zonder begeleiding van iemand die oog heeft voor psychiatrische gevaren?"

Antwoord: Een gouden regel binnen de “spirituele wereld” is: als je verlichting zoekt, ga dan op zoek naar een meester. Een meester heeft alle spirituele ervaringen gehad en kent de gevaren van de reis. Hij zal de begeleider zijn van de zoeker.
Niet iedereen kan zomaar ‘het spirituele pad’ op. Allereerst dien je gezond van lijf en leden te zijn. Verder dien je de nodige ervaring van het leven te hebben. Spiritualiteit dient pas aan de orde te komen wanneer iemand 35 of 40 is.
Een psychiater kan geen ondersteuning bieden aan diegenen die het ‘spirituele pad’ op willen. Een psychiater is arts en geen ervaringsdeskundige.
Een psychiater kan echter wel geconfronteerd worden met mensen die verkeerd bezig zijn geweest met spiritualiteit waardoor ze het contact met zichzelf en de realiteit verloren hebben.
Dit betekent echter geenszins dat we alle meditatiemethoden moeten gaan verbieden omdat er gevaren zijn verbonden aan meditatie.

Zijn alle methoden die naar verlichting zouden moeten leiden, vanuit psychiatrisch oogpunt bezien wel wenselijk?

Antwoord: De psychiatrie heeft niks te wensen! Niettemin wil ik de vraag wel beantwoorden. Vele wegen leiden naar ‘spirituele verlichting’ maar één methode, kundalini genaamd, welke men aantreft binnen de yogapraktijk is de gevaarlijkste. Het wordt wel de snelweg van de meditatie genoemd en de methode bestaat eruit om de energie uit de laagste regionen van het lichaam via de ruggengraat omhoog te leiden. Ondeskundig gebruik van deze methode is gevaarlijk en kan tot hallucinaties en psychoses leiden.

Welke verschillende benaderingen zijn er mogelijk om de relatie tussen psychose en verlichting te verhelderen?

Antwoord: Er bestaat geen relatie tussen psychose en verlichting. Beide zijn evenwel spirituele ervaringen (al wordt de psychose niet als zodanig door de psychiatrie beschouwd).
De verlichtingservaring is een ervaring van verruimd bewustzijn en is positief van aard. Een psychose is een ervaring van verkleind bewustzijn en negatief van aard. Bovenstaande psychiaters en filosofen in het symposium zoeken het totaal in de verkeerde richting.

Is spirituele ervaring te reduceren tot iets anders?

Antwoord: Deze vraag kan alleen door een filosoof geformuleerd zijn. Spirituele ervaringen ‘reduceer’ je niet. Nou vooruit dan: spirituele ervaringen zijn ervaringen van het rusten in God (hetgeen nog steeds een bijzonder beroerde definitie is).

Wat is er vanuit dit perspectief (de neurobiologie) te zeggen over verschillen en overeenkomsten tussen verlichtingservaringen en psychiatrische stoornissen?

Antwoord: De neurobiologie heeft niets te maken met spiritualiteit, verlichtingservaringen en meditatieve ervaringen of welke ervaring dan ook en vanuit dit perspectief valt er niets zinnigs over deze onderwerpen te zeggen.

Conclusie: bovenstaande psychiaters en filosofen zoeken het totaal in de verkeerde richting. Ik zal hieronder proberen ze op weg te helpen.

Spiritualiteit in kaart gebracht

Bij één van de vragen heb ik meditatieve ervaringen gedefinieerd als ervaringen die buiten het bereik van ervaringen van het dagelijks bewustzijn liggen. Er zijn evenwel meer ervaringen die buiten het bereik van het dagelijks bewustzijn liggen dan meditatieve ervaringen alleen. Voor de hele range van ervaringen hanteer ik het begrip “spirituele ervaringen”. Het begrip “spirituele ervaringen” is dus ruimer dan het begrip “meditatieve ervaringen”. Hieronder een schema van de mogelijke spirituele ervaringen.

veranderde bewustzijnstoestanden

(Naomi Humphrey, Meditatie en visualisatie. Een werkboek voor meditatief zelfonderzoek, H.J.W. Becht, Haarlem, 1988, pag.26)
Voor de geïnteresseerde, bovenstaande tabel sluit nauw aan bij hetgeen in de Upanishaden hierover gezegd wordt.
  Zoals wel duidelijk is geworden omvat spiritualiteit wel iets meer dan “spirituele verlichting”. Er zijn verschillende wegen mogelijk om het mystiek bewustzijn (=verlichting) te bereiken, zoals daar zijn: Tantra, Yoga, Zen, Tao. Om meer te weten te komen over het meditatief bewustzijn en het mystiek bewustzijn verwijs ik de lezers naar het chakra-systeem zoals beschreven door de Yogi. Daar staan deze ervaringen beschreven.
Maar zoals ik reeds gezegd heb, voor de psychiater is het verruimd bewustzijn niet belangrijk voor de behandeling van zijn patiënten. Het zal hem niets leren over schizofrenie, schizoïditeit, psychoses, manisch-depressiviteit etc.
  Voor de psychiater is de verkleining zoals deze ervaren wordt bij het droombewustzijn en het trancebewustzijn mijns inziens wel interessant. Jung en Freud zijn pioniers geweest met betrekking tot het gebruik van het droombewustzijn om mensen te genezen. Helaas, psychiaters zijn artsen en zullen weinig ervaring hebben met deze methode. Ik verwijs ze hiervoor naar de psychologen.
  Wat het trancebewustzijn betreft, dit was altijd het werktuig van sjamanen om mensen te genezen. Psychiaters dienen, om meer te weten te komen over schizofrenie etc. eens heel nauwkeurig het sjamanisme te bestuderen.

Psychiatrie en sjamanisme: voer voor psychologen

Ik zal hier niet uitvoerig het sjamanisme bespreken. Ik zal daar een geheel nieuw artikel aan wijden. Ik zal hier slechts een paar opmerkingen over het sjamanisme maken.
De psychiatrie dient zich te wenden tot het sjamanisme als het meer over bepaalde onderwerpen als psychoses, schizofrenie, visioenen en hallucinaties etc. wil weten. Sjamanen zijn experts als het aankomt op psychische ziekten en vroeger werd een sjamaan en niet een arts geraadpleegd als iemand psychisch ziek was. Simpelweg omdat de sjamaan zelf vroeger “ziek” was geweest en dus ervaringsdeskundige was.
  Een belangrijk verschil tussen de grote spirituele tradities uit het Oosten en het sjamanisme is dat sjamanen genezers zijn en niet mensen op zoek naar spirituele verlichting. Daartoe maken zij o.a. gebruik van trance.
  Het is jammer dat de behandeling van “schizofrenen” in handen is van psychiaters en niet psychologen. Het onderzoek naar sjamanisme dient psychologisch van opzet te zijn en niet medisch-biologisch. Sjamanen hebben in het verleden hun integriteit verloren en weer hersteld en hebben daardoor veel te vertellen. Door de dominantie van de artsen in de psychiatrie heb ik er een hard hoofd in dat psychiaters en ook psychologen in de nabije toekomst onderzoek hiernaar zullen verrichten dat werkelijk van grote waarde zal zijn voor de praktijk.

Engelen en Pendelen

Psychiaters en psychologen hoeven voor mij geen expert te worden op het gebied van spiritualiteit. Dit is ondoenlijk aangezien psychiaters verschillende geloofssystemen aanhangen. Psychiaters zullen evenwel in hun praktijk geconfronteerd worden met spirituele ervaringen. Dit komt vanwege het feit dat sommige van hun patiënten diep vallen en vervolgens een uitgang zien. Joseph Campbell brengt het mooi onder woorden:

“ Eén ding dat bij mythen naar voren komt is dat in het diepst van de afgrond de reddende stem klinkt. Het zwarte ogenblik is het moment dat de echte boodschap van de gedaanteverwisseling gaat komen. Op het donkerste moment komt het licht.”
(Joseph Campbell en Bill Moyers, Mythen & Bewustzijn. De kracht van de mythologische verbeelding, De Haan/Unieboek, Houten, achtste druk, 1991, pag. 51)

Spirituele ervaringen zijn niet slecht en psychiaters moeten deze niet naar het rijk der fabelen verwijzen. Een criterium waarmee een psychiater of psycholoog kan uitmaken of hij met een spirituele ervaring te maken heeft, is of de ervaring een kern van liefde, positiviteit bevat. Echte spirituele ervaringen zijn altijd positief.
  Een ander criterium is de leeftijd van de persoon. Oudere mensen zijn ontvankelijker voor spirituele ervaringen dan jongere mensen en dit hoort bij de leeftijd. Een mens groeit niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. De levenservaringen van een oudere zijn anders dan die van een jongere.
  Deze twee criteria: leeftijd en liefde, kunnen door de psychiaters en psychologen gehanteerd worden om te beoordelen of hun patiënten wel geestelijk gezond zijn.
Ik zal dit toelichten met twee voorbeelden:

* Voorbeeld 1: Engelen
Jongeman, 18 jaar, ziet naar zijn zeggen engelen. Zijn ouders vertrouwen het niet en sturen hem door naar de psycholoog. Welnu, het zien van engelen is niet negatief (eerste criterium). Zijn leeftijd (tweede criterium) is daarentegen wel een probleem. Deze ervaring op zo’n jonge leeftijd is vreemd. Op deze leeftijd dient men zich bezig te houden met seks, studie en sociale contacten. Wanneer er geen bijverschijnselen zijn zoals schoolverzuim, slechte sociale contacten en het slecht met de ouders kunnen omgaan, zal het in de meeste gevallen vanzelf overgaan en hoeft de psychiater of psycholoog niet in te grijpen.

* Voorbeeld 2: Pendelen
  Pendelen heeft te maken met manipulatie en niks met liefde. Er kunnen negatieve dingen gebeuren. Psychologen en psychiaters dienen pendelen ten striktste af te wijzen.

Conclusie

Dan kan ik nu ook tot slot het antwoord geven op de vraag:“ Verknipt of verlicht”: Wat hebben psychiaters en psychologen nog veel te leren!

Madzjan, 16 februari 2004