Bij het schrijven van dit boek heb ik kennis genomen van de medische
benadering van het verschijnsel “schizofrenie”. Daarbij heb ik gebruik
gemaakt van het boek “ J.A. den Boer en R.J. van den Bosch, Leerboek
schizofrenie, Uitgeverij De Tijdstroom, Utrecht.” Ik walgde van dit
boek. Ik zal hieronder bij de bespreking van een hoofdstuk duidelijk maken waarom.
Hoofdstuk 3 van dit boek heeft als titel:” Schizotypie: een
voorbode van een schizofrene ontwikkeling?” geschreven door M.G. Vollema.
Het lezen van dit hoofdstuk kostte mij een biertje, een reep chocolade, een
cola, en een hoop ergernis. Niettemin is het onderwerp in dit hoofdstuk geheel
niet onaardig. Alleen wat daarna volgt…..
Het onderwerp van dit hoofdstuk wordt al in de openingszinnen uitgelegd:”
De vraag of de gevoeligheid voor schizofrenie zich al in een premorbide stadium
kan manifesteren, staat al vele jaren in de belangstelling van onderzoekers
en clinici in de psychiatrie.
Wanneer we erin zouden slagen om die gevoeligheid voor schizofrenie nauwkeurig
te bepalen, dan biedt dat mogelijkheden om de etiologie en ontwikkeling van
schizofrenie beter te begrijpen (Lenzenweger 1993). (…) Een dergelijke
vroegtijdige herkenning kan clinici de gelegenheid bieden om preventieve behandelvormen
te ontwikkelen, te implementeren en te evalueren.”
De schrijver vervolgt zijn stuk met hetvolgende:
” De laatste jaren
is sprake van een explosieve groei naar onderzoek vanuit meerdere disciplines
naar de kwetsbaarheid voor schizofrenie (Moldin & Erlenmeyer-Kimling 1994).
Er worden kwetsbaarheidindicatoren onderzocht uit de neurochemie (Csemansky & Newcomer 1994) op het gebied van structurele en functionele
neuro-imaging (Cannon & Marco 1994; Liebermann e.a. 1994), op het
gebied van de neurofysiologie (Kremen e.a. 1994) en de persoonlijkheidspsychologie (Lenzenweger 1993). Dit illustreert dat het onderzoek naar schizofrenie een
multidisciplinaire aangelegenheid is geworden.”
Uit de vetgedrukte woorden blijkt dat schizofrenie als een medisch probleem
gezien wordt. Niettemin zou het onderzoek naar kwetsbaarheidsindicatoren op
het gebied van de persoonlijkheidspsychologie een opening naar MENSEN toe kunnen
bieden en naar de ervaring van die mensen. Dit gebeurt echter niet.
Het begrip schizotype is ruimer dan het begrip schizofrenie.
Iemand die schizotypisch is, hoeft nog niet schizofreen te zijn. Uit het hoofdstuk
blijkt dat men al geruime tijd bezig is geweest met het ontwerpen van schalen
en kwetsbaarheidsindicatoren. Men werkt vanuit het niets naar het iets. Deze
poging doet belachelijk aan. De indicatoren zijn reeds lange tijd bekend.
De bio-energetica kent naast het verschijnsel schizofrenie ook zoiets
als schizoïditeit. Ik heb het hierboven al over gehad. Ik zal het hier
herhalen:
“ De term schizoïde heeft twee betekenissen. Het duidt [1] op een
tendens van iemand om zich uit de werkelijkheid terug te trekken en [2] een
gespletenheid in de eenheid van de persoonlijkheid. Elk van beide aspecten is
een weerspiegeling van het andere.”
(Dr. Alexander Lowen, De ontkenning van het lichaam. Weer naar je lichaam
leren luisteren, pag. 23). Dus naast het verschijnsel “schizofrenie”
behandelt Dr. Alexander Lowen nog het verschijnsel schizoïditeit. Deze
literatuur is blijkbaar niet bekend bij M.G. Vollema.
Daarnaast wil ik wijzen op het boek van Barbara Ann Brennan, Licht
op de Aura, Healing via het menselijk energieveld, Uitgeverij J.H. Gottmer/H.J.W.
Becht B.V., Bloemendaal, 1992, pag. 111)
Op deze pagina valt te lezen:” De belangrijkste aspecten van de
verschillende karakterstructuren. Opbouw van de persoonlijkheid.” Onder
het woord “schizoïde” valt een aantal dingen te lezen. Ik zal
ze hieronder kort opsommen:
Dit zijn zeker een aantal kwetsbaarheidsindicatoren. De kwetsbaarheidsindicatoren zijn evenwel niet medisch maar psychologisch van aard. Schizoïditeit is geen ziekte. Barbara Ann Brennan beschouwt iemand die een schizoïde karakterstructuur heeft als iemand die een paar levenslessen te leren heeft. Of iemand zich nou schizoïde, een masochistische of welke karakterstructuur dan ook heeft, hij zit ZICHZELF in de weg. Voor wie meer wil weten over schizoïditeit verwijs ik naar dit boek.
Ook vanuit een compleet andere hoek kan men het verschijnsel schizoïditeit
uitleggen. Door dit gehele boek gebruik ik literatuur en video’s om zaken
duidelijk te maken. Hier gebruik ik het boek “Steppenwolf”
geschreven door Herman Hesse om het verschijnsel schizoïditeit duidelijk
te maken.
De hoofdpersoon in dit boek is mijns inziens schizoïde. In
dit boek is Harry Haller een schrijver. Hij weet alles van filosofie, ethiek
en esthetiek, maar niets van het leven. In hem huist een wolf en een mens die
met elkaar om voorrang strijden. En hij is moe van het leven. Het liefst wil
hij er een eind aan maken.
De paar levenslessen welke de hoofdpersoon Harry Haller te leren
heeft, worden hem geleerd door een vrouw, genaamd Hermine. Zij leert hem van
het leven te genieten en met de waan van de dag mee te gaan. Het is jammer maar
zij faalt. Hij doodt haar en zichzelf.
Een belangrijk motief in dit boek is het magisch theater. Een wereld
bestaande uit plaatjes en niet uit realiteiten. In dit magische theater leiden
verschillende deuren naar verschillende werelden. Op de deuren valt te lezen
waar de verschillende deuren naar toe leiden:
- Alle meisjes zijn van jou
- Leuke jacht. Grote auto-jacht
- Mutabor. Transformatie in elke dier of plant welke je wilt.
- Kamasutra. Instructie in de Indische kunst van het liefhebben voor beginners;
42 verschillende methoden en praktijken.
- Plezierige zelfmoord. Je lacht jezelf dood.
Enzovoort.
Door de wereld te zien als een hoeveelheid deuren welke toegang
geven tot verschillende realiteiten is mijns inziens een voorbeeld van een gebrek
aan aarding. Letterlijk niet met beide benen op de grond staan.
Schizoïditeit kan leiden tot genialiteit. In dit boek is Harry
Haller geniaal. Schizoïditeit verschijnt in dit boek niet als ziekte maar
als een onevenwichtigheid in de persoonlijkheid. Schizoïditeit (zo men
dit begrip wil gebruiken) is een MENSELIJK probleem.
Conclusie: Dhr. Vollema heeft geen kennis van de bevindingen van de bio-energetica, geen kennis van de healingtheorie en –psychologie en hij kent zijn klassiekers niet. Daarom komt zijn zoektocht naar kwetsbaarheidscriteria en het ontwerpen van schalen belachelijk over.
“‘ Hij heeft moeilijkheden met het leven’ heeft een
dramatisch andere uitwerking dan ‘Hij is psychiatrisch patiënt met
een geestesziekte.”
(Jan Foudraine, Wie is van hout …., pag. 421)
Ik wil hier toch even terugkomen op het onderwerp van hierboven, namelijk:
“ De vraag of de gevoeligheid voor schizofrenie zich al in een premorbide
stadium kan manifesteren, staat al vele jaren in de belangstelling van onderzoekers
en clinici in de psychiatrie.
Wanneer we erin zouden slagen om de gevoeligheid voor schizofrenie
nauwkeurig te bepalen, dan biedt dat mogelijkheden om de etiologie en ontwikkeling
van schizofrenie beter te begrijpen (Lenzenweger, 1993). (…) Een dergelijke
vroegtijdige herkenning kan clinici de gelegenheid bieden om preventieve behandelvormen
te ontwikkelen, te implementeren en te evalueren.”
En dan met name op het punt dat in de laatste zin ter sprake wordt
gebracht. Is het mogelijk om preventieve behandelvormen te ontwikkelen? Het
antwoord dat je op deze vraag geeft, hangt af van het gezichtspunt dat je inneemt.
Beschouw je schizofrenie als een psychologisch probleem, d.w.z. “schizofrenen”
zijn mensen met menselijke problemen (en wie heeft ze niet), dan is dat inderdaad
mogelijk. Sterker nog, HET RIAGG DOET DIT AL.
Iemand met levensproblemen kan therapeutische hulp krijgen bij het
RIAGG voordat hij een etiketje als schizofrenie of manisch-depressief krijgt
opgedrongen.
Dit gebeurt onder andere door middel van groepstherapie. Jonge volwassenen
met levensproblemen nemen deel aan “de groep” en worden aangemoedigd
iets van hun leven te vertellen, hun dagelijkse beslommeringen te delen met
de rest van de groep en ze worden flink de oren gewassen wanneer groepsleden
vinden dat hij of zij er een potje van maakt. De groep staat onder leiding van
een psycho-therapeut. De groepsleden krijgen feed-back van hun omgeving en dit
verhindert dat zij afglijden naar iets ergers.
Beschouw je psychische problemen als medische problemen, dan is het bovenstaande
geen oplossing. Zo’n persoon zal, hoe je het ook wendt of keert, toch
afglijden naar schizofrenie of manisch-depressiviteit.