'The time has come for replacing the old myth with a new metaphor'

(Jan Foudraine, Wie is van hout ……, Een gang door de psychiatrie, Amboboeken, Bilthoven, 1971, pag. 422)


Er spelen een aantal belangen van verschillende actoren die er voor zorgen dat “schizofrenie” nog altijd als een medisch probleem beschouwd wordt. Dit zijn de actoren:

  1. de patiënten
  2. de farmaceutische industrie
  3. de ouders
  4. de psychiaters

Dit zijn de actoren die er belang bij hebben dat “schizofrenie” niet als een psychologisch probleem gezien wordt. Ik ben me ervan bewust dat ik het onderstaande in zwart-wit-kleuren ga afschilderen. Ik denk niet dat de ouders of de andere actoren bewust en doelgericht een andere aanpak zouden afwijzen als deze 100% foolproof zou werken. Helaas is er nog niet zo’n methode. Maar het is de bedoeling van dit artikel om de zaken zo gepolariseerd mogelijk af te schilderen.

De patiënten

Dat de patiënten er zelf belang bij zouden hebben om ziek beschouwd te worden, lijkt op het eerste gezicht vreemd. Bij nader inzien echter niet. Als je ziek bent, dan valt de verantwoordelijkheid van een heleboel zaken van je af. Een zieke kan minder. Zo wilde een maatschappelijk werkster vlak na mijn opname vrijwilligerswerk voor mij regelen. Ze wilde zelfs meegaan om het te regelen. Tot haar stomme verbazing kwam ze erachter dat ik dit allemaal zelf al geregeld had.
Een zieke hoeft minder. Een zieke hoeft niet te solliciteren. Hij gaat zo de WAO in (of welke andere sociale voorziening dan ook). Hij hoeft niet meer voor zijn eigen kostje te zorgen.
Een zieke heeft recht op hulp van hulpverleningsinstanties. Beschouw je schizofrenie evenwel als een psychologisch probleem, dan moet een patiënt niet minder maar meer doen.
Dit is wat Jan Foudraine erover zegt:

“ Met dit ideaal voor ogen vragen wij ons af wat wij in de praktijk voor de psychotische mens kunnen doen. Wij ontmoeten mensen die acuut psychotisch zijn geworden en bij wie na korte tijd komt tot een remissie. Deze kortstondige psychotische toestanden kenmerken zich door een disruptie van de communicatiemogelijkheid, van tijdelijk en niet-progressief karakter. Ik ben ervan overtuigd dat wij het bij de huidige stand van onze kennis omtrent de psychodynamiek van de psychotische mens aan het verkeerde eind hebben, wanneer wij patiënten, indien zij weer tot de ‘realiteit’ zijn teruggekeerd, als ‘genezen’ ontslaan. De psychose gezien als een ontmoeting van de mens met dat deel van zijn leven dat hij niet heeft durven leven, plaatst de cliënt en zijn psychiater onherroepelijk voor de vraag naar de zin van de catastrofe. Men kan deze vraag uit de weg gaan. De psychiater kan dat doen (tranquillizers voorschrijven plus etiketten-plakken is minder tijdrovend – en bedreigend) en de patiënt zal dan trachten alles snel te vergeten, de bange droom die hem heeft overvallen.
De psychose blijft een ‘Gesehnis’. Deze ‘gebeurtenis’ ‘overkwam’ dan de patiënt, verplicht tot niets, men tracht weer dezelfde te worden, de ‘oude’. De psychose wordt als een ‘corpus alienum’ verdrongen en wat om integratie vroeg, blijft verbannen. Het is wel de vraag of de patiënt zo de ‘oude’ wordt. Er is een litteken ontstaan, een vergroting van de constrictie van het leven, een nieuwe defensiestructuur, die tracht een herhaling van de desintegratie te voorkomen.
Helaas deed en doet de psychiater soms niet veel anders. Hij heeft dan de neiging het persoonlijkheidsvreemde te benadrukken. ‘Het was overspannenheid, een crisis, voortkomend uit uw labiel gestel, dat tegen deze crisissituatie in uw leven niet was opgewassen.’ In de begrippen ‘dispositie’, ‘constitutie’, ‘endogenese’, ‘cerebrale disregulatie’ wordt door de psychiater houvast gezocht voor deze poging tot onteigening van het tijdens de psychose beleefde. En natuurlijk doet de cliënt daaraan mee (mijn cursivering, Madzjan).
Zo worstelt een mens om integratie en kan of wezenlijk worden bijgestaan of alleen gelaten worden in zijn ‘psychose’.
(Jan Foudraine, Wie is van hout ……, Een gang door de psychiatrie, Amboboeken, Bilthoven, 1971, pag. 134 en 135)

De ouders

Ook de ouders hebben er belang bij dat schizofrenie niet als een psychologisch probleem maar als een medisch probleem gezien wordt. Als schizofrenie als een psychologisch probleem gezien wordt, dan kan dat heel goed betekenen dat zij mede oorzaak zijn van het instorten van hun zoon of dochter. En dat betekent weer dat zij heel eerlijk naar zichzelf en naar hun relatie met hun zoon of dochter moeten kijken. Dat is niet leuk. Ik heb dit onderwerp nader uitgewerkt in het artikel “gezinsmythe”.

De psychiaters

De psychiaters hebben er ook belang bij dat schizofrenie als een medisch probleem beschouwd wordt. Om dit te begrijpen dient men het onderscheid te kennen tussen psychologie en psychiatrie.
  De psychologie houdt zich bezig met mensen. De relatie die ze met zichzelf en hun omgeving hebben. De psychiatrie echter niet. Psychiaters zijn artsen. Zij hebben heel weinig psychologische achtergrond.
  Psychiaters verdienen meer dan een ton per jaar voor het voorschrijven van medicamenten.
  Psychiaters zouden niet goed bij hun hoofd zijn als ze schizofrenie ineens als een psychologisch probleem zouden beschouwen. Ze zouden dan onmiddellijk op straat staan.

De farmaceutische industrie

Laten we van de situatie uitgaan dat elke patiënt minimaal per dag 3 pillen inneemt. Dit aantal vermenigvuldig ik dan met het aantal schizofreniepatiënten in Nederland (110.000). Dat zijn 330.000 pillen op een dag. Ook de farmaceutische industrie zou niet goed bij zijn hoofd zijn om dit aantal patiënten te laten schieten.

Deze groepen staan een verandering in de weg. Wat nodig is, is een revolutie. In het boekje “Schizofrenie: wanneer de wereld zijn betekenis verliest...” en in mijn verschillende artikelen heb ik aangetoond dat de resultaten van de psychoanalyse en die van het sjamanisme met elkaar overeenkomen. Dat betekent dat de visie van de psychiatrie onjuist is. Dat betekent weer dat we op een geheel andere manier naar geestesziekten moeten kijken. Daarover gaat het tweede deel van dit artikel.

Paradigmawisseling

In de Westerse filosofie wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen parameters en paradigma’s. Ik zal ter verduidelijking het voetbalspel gebruiken.
   Parameters worden gedefinieerd als de grenzen van een systeem van denken. Bij het voetbalspel bestaan verschillende grenzen. Zo wordt iemand die een rode kaart krijgt het veld uitgestuurd. Iemand die daarentegen een gele kaart krijgt, mag (vooralsnog) blijven. Het voetbalspel wordt gespeeld tussen de witte lijnen. Als de bal over de lijn heen gaat, is de bal “uit” en mag de tegenpartij ingooien. Dit zijn een paar spelregels (parameters) van het voetbalspel.
  Paradigma’s zijn anders. Paradigma’s zijn beelden. En de beelden bepalen hoe over bepaalde zaken gedacht wordt. Ik gebruik nogmaals het voetbalspel als voorbeeld. Het was de voetbaltrainer van Ajax, Rinus Michels, die zei dat voetbal oorlog was. Hij bekeek het voetbalspelletje op een geheel andere manier dan de rest. En voortaan is men anders over voetbal gaan praten en nadenken. Rinus Michels had een nieuw paradigma geïntroduceerd. Er bestaan nog andere paradigma’s over voetbal: voetbal als sport, voetbal als business. Het is maar hoe je het spelletje bekijkt. Als je voetbal als sport beschouwt, dan bespreek je als bestuurslid nog de hoogte van de jaarlijkse contributie. Als je voetbal als business beschouwt, spreek je over transfers. De resultaten van het team zijn dan slechts in zoverre van belang dat deze inkomsten opleveren.
  In de psychiatrie is een paradigmawisseling noodzakelijk. Ik heb het er elders over gehad, alleen niet expliciet (In: “Schizofrenie: wanneer de wereld zijn betekenis verliest...").
De psychiatrie is in handen van medici. Zij bepalen de blik welke wij op zaken als geestesziekten hebben. De mens wordt als een biologisch-medisch mechanisme beschouwd welke je op verschillende manieren kan onderzoeken.
Deze manier van kijken heeft goede resultaten opgeleverd. Alleen deze manier van kijken hoort niet thuis in de psychiatrie. Het is desastreus.
  Psychiatrie zou eigenlijk psychologie moeten zijn. En daar gaan we weer. Psychologie wordt maar al te vaak omschreven als de wetenschappelijke bestudering van de menselijke psyche. Wetenschappers lijden aan het wetenschapssyndroom. D.w.z. alles wat niet onder een microscoop gelegd kan worden, bestaat niet.
  De wetenschappelijke bestudering van de mens en de menselijke psyche is desastreus. Het haalt het zicht weg op de mens met levensmoeilijkheden. Waarom hij/zij zich niet staande houden in deze maatschappij. Een verschijnsel als schizofrenie heeft een verleden, een heden en een toekomst. DAAR WORDT GEEN AANDACHT AAN BESTEED. En de geesteszieke mens staat in de kou.

Een nieuwe metafoor

Jan Foudraine gebruikt in zijn boek de woorden “mensen met levensmoeilijkheden” als hij het over “schizofrene” mensen heeft. Ik vind deze woorden niet zo geslaagd. Als metafoor is deze kwalificatie al geheel en al ongeschikt. Ik introduceer hier een andere metafoor. Leest u het onderstaande gedicht maar:

Verdwaald

doolhof

Ik was de weg kwijt in een labyrint
(een blunder die in labyrinten mag).
Ik zocht. Ik rende als een wervelwind.
Vergeefs. Zelfs mijn horloge was van slag.

Bij een granieten rustbank op de hoek
van duizend paden ging ik overstag.
Ik zat er uit te blazen, als een doek
zo bleek, toen ik ineens de uitgang zag.

Waarachter een oeroude wereld lag.
Een dinosaurus knikkebolde. Een kei
lag in de zon te bakken met zijn pens.

Er was geen snelverkeer, geen winstbejag.
Geen bommenwerper vloog hier ooit voorbij.
Men wachtte op de goedheid van de mens.

(Gerrit Komrij, Uit: 52 sonnetten bij het Verglijden van de Eeuw, Bert Bakker, Amsterdam 2000)
Gedicht aan de reiziger, RET

(Tekening: Doolhofpatroon op een grafzerk uit: Jennifer Westwood e.a., Onze Mysterieuze Wereld, een gids voor de raadselachtige heilige plaatsen, verloren continenten, symbolische landschappen en antieke steden van de wereld, Atrium, Alpen aan de Rijn, 1998, pag.107)

De metafoor van de doolhof is een uitstekende manier om de “schizofrene” problematiek uit te leggen en met name dit gedicht leent zich er uitstekend voor om bepaalde zaken uit te leggen. Ik zal dat hieronder pogen te doen.
  Allereerst de eerste strofe:”Ik was de weg kwijt in een labyrint……”.
Dit geeft aan dat schizofrenie niet als een medisch probleem beschouwd moet worden maar als een psychologisch probleem. Men is gewoon “de weg kwijt”. En de weg kwijt zijn is niet zo erg.
  De tweede strofe:” Bij een granieten rustbank op de hoek………” suggereert de tuin. De tuin is eeuwenlang het symbool van het hart geweest. In een tuin bloeien rozen. Een tuin is een geordend, gecultiveerd stukje wereld afgesloten van de rest van de boze buitenwereld. Interessant detail van dit gedicht is dat de nederlaag tot de overwinning leidt.
  De derde strofe:”Waarachter een oeroude wereld lag……” gaat over het vinden van jezelf. Jezelf vinden betekent in dit geval de verbinding met je eigen natuur vinden (wat ook de verbinding betekent met de wereld).
  De vierde strofe:” Er was geen snelverkeer, geen winstbejag…..”. Jezelf vinden betekent vaak ook dat de conflicten die je hebt met je omgeving tot een oplossing komen. In harmonie met jezelf leven, betekent vaak ook in harmonie met je omgeving leven.

Slot

Het wordt hoog tijd dat men op een andere manier naar geestesziekten gaat kijken. Dat dit niet één twee drie zal gebeuren, heb ik duidelijk gemaakt in het begin van dit artikel. De metafoor van de doolhof zal misschien een goed middel zijn om aan anderen duidelijk te maken hoe tegen schizofrenie aan te kijken.