Wanneer je schizofrenie niet als een medisch probleem beschouwt maar als een
psychologisch probleem, is de vraag wat er in het verleden gebeurd is in het
leven van de schizofrene patiënt van groot belang. Hoe heeft het zo ver
kunnen komen?
Ik begin ermee te stellen dat dit artikel er niet toe dient om het
complexe verschijnsel schizofrenie in al zijn facetten te belichten. De titel
van dit artikel geeft aan waar ik het in dit artikel met name over zal hebben:
de rol die ouders IN HET VERLEDEN hebben gespeeld in het leven van hun schizofrene
kind.
Om te beginnen moeten we een onderscheid maken tussen schizoïditeit en
schizofrenie. Schizoïditeit is het resultaat van een negatieve levenservaring
voor of tijdens de geboorte, of gedurende de allereerste dagen daarna. Barbara
Ann Brennan omschrijft het als volgt:
“ De schizoïde structuur:
De eerste karakterstructuur (eerste in die zin, dat een deel van de energiestroom
hier al in het vroegste stadium geblokkeerd werd) wordt schizoïde structuur
genoemd. Hierbij vond de eerste traumatische ervaring plaats voor of tijdens
de geboorte, of gedurende de allereerste dagen daarna. De oorzaak van het trauma
ligt meestal in een zekere rechtstreekse vijandigheid van één
der ouders – bijvoorbeeld woede, of het kind niet willen accepteren –
of in een traumatisch geboorteproces, waarbij de moeder zich emotioneel van
het kind heeft afgekeerd en dit kind zich in de steek gelaten voelde. Er is
een eindeloze reeks van dergelijke gebeurtenissen te bedenken. Een kleine kortsluiting
tussen moeder en kind kan voor het ene kind heel traumatisch blijken, terwijl
het andere er niet het minste nadeel van ondervindt. Dit hangt af van de aard
van de incarnerende ziel en van de taak welke zij zich voor dit leven gesteld
heeft.”
(Barbara Ann Brennan, Licht op de Aura. Healing via het menselijk energieveld,
Uitgeverij H.H. Gottmer/H.J.W. Becht B.V., Bloemendaal, 1992, pag. 110)
Een ieder die wat meer wil afweten van schizoïditeit, raad ik aan het
verhaal over schizoïditeit in dit boek te lezen.
Goed, dit zijn mooie woorden. Maar niet de ervaring. Voor de ervaring van deze
gebeurtenis en de gebeurtenissen die daarna volgen, gebruik ik een gedeelte
uit het boek “De Zotte Kraai” van Bruno-Paul de Roeck.
Het hele kraaiennest woonde in een groot hoekhuis met vier verdiepingen. Beneden
was het bedijf: Brood- en Kleingoedbakkerij. Daar werd gewerkt van de vroege
ochtend tot ’s avonds laat.
Zijn moeder vulde het huis. Met haar stem. Met haar gezag. Haar heiligheid.
Haar liefde voor de mensen. Haar gebed, haar wijsheid en alomtegenwoordigheid.
Zij vouwde lakens en deelde ze uit. Zij ontving klanten en reizigers. Zij controleerde
zijn oren of die wel proper gewassen waren. Dat waren ze niet. Zij informeerde
hoeveel papiertjes hij gebruikte om zijn gat af te vegen. Hij zei: Twee. Het
waren er vijf.
Zij legde omstandig uit hoe de pastoor en de regering en koning Leopold de derde
zich zouden moeten gedragen in de gegeven omstandigheden. En als zij het voor
het zeggen had, zou er niet gebeuren wat er nu gebeurde.
Zij overhoorde zijn lessen en tekende zijn rapporten. Die waren schandelijk
onvoldoende. Gij zult het niet ver brengen, zei ze.
Zij las stiekem zijn dagboekje. En als hij ’s avonds sliep, kwam zij onder
de dekens kijken of hij wel zijn handjes gekruist over de borst had en niet
in zijn kruis. Het kruis is het teken van de christenmens.
Zij vulde het huis. Zij kroop in zijn huid. In zijn broek. In zijn gedachten.
Zij ondervroeg zijn ogen en oren.
Toen heeft hij zijn loernoot uitgevonden en gebouwd. Niet zonder succes.
De formule was deze:
‘ Men neme een noot (een walnoot is geschikt) en kruipe erin. Dan bore
men van binnen naar buiten een Black-and-Decker een heel klein gaatje waar men
doorheen kan kijken. Maar dat men ook met een vinger volledig kan afsluiten.
Men kijke er desgewenst even doorheen. Met de vinger op het gaatje kan men de
zaak weer onder controle krijgen.
Na enige tijd kan men een tweede gaatje boren met dezelfde boor. Weer van binnen
naar buiten: het zogeheten luistergaatje dat men met een tweede vinger afdekken
kan. Men luistere of luistere niet al naar gelang. Met de vinger op het gaatje
heeft men de zaak onder de duim.”
(Bruno-Paul De Roeck, De Zotte Kraai, De Toorts, Haarlem, 1986, pag.
13 en 14)

Zie vooral de tekening op pag. 14. De tekening spreekt voor zich. De moeder
is dominant aanwezig.
Dit is een gedeelte uit het verhaal van Bruno-Paul de Roeck. Het
hele boek is van belang maar dat zal ik op een andere plek bespreken.
De reden dat ik verhalen gebruik, hier en elders, is dat verhalen
zoveel meer duidelijk maken. Meer dan duizend theoretische uitzettingen.
Mijn eerste levensjaren tot aan de periode van de Universiteit kan ik omschrijven als NIET AANWEZIG ZIJN. Ik zal in een hoekje met een boekje. Ook was ik voortdurend op zoek naar kracht. Ik vond het toen niet. Mijn ouders hebben een symbiotische relatie: de één kan niet zonder de ander. Tot zover mijn uitzetting over schizoïditeit.
Hoe verhoudt schizoïditeit zich tot schizofrenie? Je kunt het als volgt
omschrijven: schizoïditeit is het mogelijke begin van schizofrenie. Schizoïditeit
hoeft niet per se tot schizofrenie te leiden.
Uit het bovenstaande zou je de gevolgtrekking kunnen maken dat ik
de schuld bij de moeders leg. Deze conclusie acht ik op grond van mijn eigen
ervaring niet geheel en al juist. Ik zal dat hieronder trachten uit te leggen.
Mijn eigen ervaringen zijn niet eenvoudig uit te leggen. Ik maak gebruik van
de begrippen reïncarnatie en karma.
Volgens de godsdiensten van het Verre Oosten leeft de mens verschillende
levens. Dat is nodig om te leren. Wat iemand precies moet leren is erg individueel
en is in elk leve weer anders. Dit is niet alles. Iemand bouwt ervaring op.
Dit wordt karma genoemd. Dit is net als reïncarnatie net zo’n begrip
met heel veel inhoud. Ik volsta hier met een definitie uit de encyclopedie.
Karma: (Sanskriet) in de Indische godsdienst en theosofie: de som der daden en gedachten van de mens tijdens zijn aards bestaan.
Karma bepaalt je blik op je bestaan. Ik zal een voorbeeld geven: wanneer iemand
vroeger een keer bijna verdronken is, zal deze ervaring nooit meer vergeten
en anders tegen water aankijken dan iemand die deze ervaring niet heeft.
Een ervaring kan dermate traumatisch zijn dat iemand deze bij zich
blijft dragen tot in het volgende leven. Dit is wat er bij mij gebeurd is. Ervaringen
uit mijn psychose en ervaringen uit mijn vroege jeugd hebben tot dit besef bij
mij geleid.
Dit betekent dat ik mijn ouders niet de volledige schuld kan geven
van mijn lijden. Het is subtieler.
Ouders hebben vaak hun eigen problemen in het leven en hun eigen overlevingsstrategieën.
Ik haal ter verduidelijking een passage uit het boek van Jan Foudraine aan:
“ Eén van de dingen, die ze me geleerd heeft (d.i. de moeder van
Walter, Madzjan), is afstand te doen van het idee, dat er zoiets is als een
‘schizofrenogene moeder’. Haar verhaal maakte me duidelijk dat veel
wat later ‘schizofrenie’ genoemd wordt, de uitkomst is van een tragische
samenloop van omstandigheden. Geen vader en moeder zorgen er bewust voor dat
hun kind de psychiatrische inrichting indraait. Zij zijn mensen met enorme
innerlijke conflicten, die ze vaak via hun kinderen tot oplossing trachten te
brengen.
Zeker – de ‘battle’ is meestal tussen de ouders (en schoon-
en grootouders) en de kinderen vormen vaak de ‘battlefield’. Maar
de psychotherapeut, die zich met alle gezinsleden diepgaand bezighoudt verliest
(terecht) ieder gevoel om een ‘schuldige’ partij aan te wijzen,
ook al valt hem dat bij ouders die hun kind op grove wijze verwerpen en geestelijk
(en vaak ook lichamelijk) continu kwetsen weleens moeilijk.”
(Jan Foudraine, Wie is van hout…… Een gang door de psychiatrie,
Ambo, Bilthoven, 1971, pag. 51)
Het kind is ontzettend gevoelig voor dit soort conflicten. Ik ga hier niet onder woorden brengen wat de innerlijke conflicten van mijn ouders zijn. Dat is niet nodig voor de lijn van het betoog.
Negatieve levenservaring van vorig leven + Negatieve levenservaring aangedaan door de ouders = verlies aan zekerheid. Hoe je daarna tot een psychose en schizofrenie komt is weer een ander verhaal. Dat heb ik elders beschreven.
Het proces dat ik hierboven beschreven heb, heeft niet alleen negatieve consequenties voor het kind maar ook voor de ouders. De ontwikkeling van de ouders blijft ook stilstaan. Is het de baas die de hond opvoedt of is het andersom? Ouders kunnen heel veel van hun kinderen leren. Er is evenwel geen dialoog, geen communicatie tussen ouders en kind. Dit is overigens, medewerkers van het RIAGG, niet op te lossen met een cursusje communicatie.
Conclusie van dit artikel is, dat de ouders wel degelijk een rol spelen bij het ontstaan van “schizofrenie” van hun kind.
1) Voor een uitgebreidere beschrijving van het begrip karma verwijs ik de lezer naar het boek van (Barbara Ann Brennan, Licht op de Aura. Healing via het menselijk energieveld, Uitgeverij H.H. Gottmer/H.J.W. Becht B.V., Bloemendaal, 1992, pag. 110)