“Aspirine kan hoofdpijn doen verdwijnen, maar niemand zegt dat hoofdpijn het gevolg is van een aspirinedeficiëntie.”

(Jan Foudraine, Bunkerbouwers, Ontmoetingen met afgeslotenen, Ambo, Amsterdam,1977, pag. 169)

De reden dat niet psychologen maar dokteren schizofreniepatienten behandelen, is gelegen in het feit dat doktoren claimen dat schizofrenie genetisch is. Het feit dat schizofrenie genetisch is, betekent dat psychologen patienten niet kunnen en zelfs niet mogen behandelen. (wat ze echter tot op de dag van vandaag nog wel doen). Het is dus zaak om die claim van de dokters dat schizofrenie genetisch is, wat nader te onderzoeken.

De genetica is niet zo'n oude tak van wetenschap. Natuurlijk heeft men eeuwenlang selectief gefokt en geteeld. Maar de genetica als moderne wetenschap zag pas het licht in 1865 toen Gregor Mendel de resultaten van zijn onderzoek over overerving van verschillende eigenschappen in erwten publiceerde. Dat was een belangrijke doorbraak.

De reden hiervoor is dat het nu mogelijk was om de uitkomst van selectief fokken en telen te voorspellen. Dus in de vorm: Als a en b dan c. Dat is een wetenschappelijke formule die tot op de dag van vandaag gebruikt wordt in de landbouw, veeteelt en de medische wetenschap.

En dus ook bij het onderzoek naar schizofrenie. Dit is wat de doktoren onderzocht hebben:

Ze hebben onderzocht of de incidentie van schizofronie bij identieke tweelingen hoger was dan bij andere gewone tweelingen. En het resultaat was dat er meer schizofrenie voorkomt onder identieke tweelingen dan bij gewone tweelingen. Dus vandaar de conclusie dat schizofrenie genetisch is.

Er zit echter een adder onder de laatste conclusie. De identieke tweelingen hebben namelijk dezelfde moeder die de baby's gedragen heeft onder exact dezelfde omstandigheden. Gewone tweelingen hebben dezelfde moeder maar zij heeft de baby's niet onder exact dezelfde omstandigheden gedragen.

Dat betekent dat bijvoorbeeld stress tijdens zwangerschap niet werd meegenomen in de beoordeling of schizofrenie genetisch is.

Het wordt nog beter. Onderzoekingen laten zien dat mensen uit allochtone culturen vatbaarder zijn voor schizofrenie dan autochtone mensen.

Lees deze tekst:

"Marrokanen vaker schizofreen

Allochtonen hebben tot elf keer meer kans om schizofreen te worden dan autochtone Nederlanders. Hoe verder de oorspronkelijke thuiscultuur afstaat van de Nederlandse, hoe groter de kans is dat allochtonen schizofreen worden. Dat blijkt uit een onderzoek onder Haagse schizofreniepatienten, waarop Nathalie Veen op 24 november promoveert aan de Universiteit Utrecht. Eén procent van alle Nederlanders heeft last van schizofrenie. Al is de aanleg voor deze hersenziekte erfelijk, volgens Veen is het blijkbaar toch afhankelijk van sociale omstandigheden of iemand er daadwerkelijk last van krijgt. Turkse immigranten en hun kinderen hebben namelijk twee keer zo'n grote kans om schizofreen te worden als autochtone Nederlanders. Surinamers gemiddeld vijf keer. Marokkanen spannen de kroon: de eerste generatie heeft vier keer zo'n grote kans. De tweede generatie – in de tang tussen twee culturen – zelfs elf keer zo vaak. Volgens de promovenda zijn Marokkanen en Surinamers in het land van herkomst niet schizofrener dan gemiddeld.

Opvallend is dat expats uit Westerse landen juist een lagere kans op schizofrenie. 'Een expat-leven met bitterballen en Grolsch is misschien niet zo'n gek idee', schrijft Veen in de stellingen bij het proefschrift."

(Intermediair 46, 11 november 2004, pag. 11)

Dit voorbeeld van een onderzoek is volledig tegenstrijdig met het onderzoeksresultaat van doktoren dat schizofrenie genetisch is. Binnen de genetica zijn altijd afwijkingen mogelijk. Maar deze moeten vallen tussen de 0 en 100%. Dus een afwijking van 0,45 is acceptabel. Een afwijking van 0,95% is nog steeds acceptabel. Maar hier wordt gesproken over een factor 11. Dus niet 0,11 maar 11. Dat is iets geheel anders.

Wanneer men het bovenstaande artikel goed gelezen heeft, heeft ook gelezen wat de doktoren hier tegenin brengen. “Schizofrenie is erfelijk maar het hangt van de omstandigheden af of iemand last krijgt van schizofrenie of niet.” Men spreekt in de medische wereld en daarbuiten van zgn. triggers.

Om kort te zijn, deze redenering is volkomen bullshit. Allereerst is de voorspellende kracht van genetisch onderzoek naar schizofrenie volkomen verdwenen. Dat iemand bijv. rondloopt met deficiënt genetisch materiaal (iets dat men overigens nog steeds niet in voldoende mate kan aantonen), wil nog niet zeggen dat hij daadwerkelijk schizofrenie krijgt. De relatie tussen genetisch materiaal en schizofrenie is te klein geworden om zelfs maar van over een genetische factor te spreken.

Om terug te komen op het hierboven genoemde onderzoek. Er wordt ook gesproken over een andere groep dan de allochtonen. De zgn expats. Dat zijn mensen die tijdelijk of permanent in een land verblijven met een andere cultuur dan die waarmee zij zijn opgegroeid.

Wie zijn die expats? Dat zijn meestal mensen met een hoge opleiding die bovenmodaal of 2x modaal of zelfs meer verdienen en die door het bedrijf waarvoor ze werken worden uitgezonden naar een ander land om daar voor dat bedrijf te werken. Dit zijn mensen die zich reeds bewezen hebben in hun thuisland.

Om nou te concluderen dat een leven met bitterballen en Grolsh niet zo'n gek idee is, is de plank volkomen misslaan.

Wat opvalt is dat er niet gesproken wordt over klasse of geld. Marokkanen maken onderdeel uit van de laagste klasse in Nederland en dat geldt in mindere mate ook voor de andere allochtone groepen die genoemd worden. De expats behoren daarentegen tot de hoogste klassen in Nederland. Het zijn ook de mensen die bewezen hebben, het meest flexibel te zijn.

Het onderzoek dat ik heb aangehaald is overigens niet het enige onderzoek dat de veronderstellingen van de wetenschappers en de psychiaters onderuit haalt.

Aannames en veronderstellingen

Het is zaak om de veronderstellingen van de wetenschappers en de psychiaters eens aan de tand te voelen. Dit doe ik niet door verschillende onderzoeken aan te halen en te citeren om vervolgens deze te bediscussiëren. Ik zal dit doen door gewoon simpelweg mijn boerenverstand te gebruiken:

En er komen een aantal zaken naar voren die aandacht behoeven:

  1. Doktoren en wetenschappers onderzoeken een persoon alsof hij in het geheel geen persoon is maar slechts een ding. Bijvoorbeeld: de functie van het hart is het pompen van het bloed door het lichaam. Maar zoals elk normaal levend wezen weet, het hart kan ook voelen. Het model dat de doctoren gebruiken in hun onderzoek is een reductie. En schizofrenen ervaren niet alleen hallucinaties maar ook levensproblemen.

  2. De chemische disbalans in het brein waarover de wetenschappers het over hebben: hoe verhoudt deze zich met de rest van het lichaam? Zijn de hersenen soms op een bepaalde manier afgesneden van de rest van het lichaam. Chinese doctoren onderzoeken niet alleen de symptomen maar ook de hele persoon. De rest van het lichaam heeft veel te vertellen over het fysieke en mentale welzijn (Bio-energetica van Alexander Lowen).

  3. Psychiaters en wetenschappers in het algemeen bepalen de eind-resultaten vanaf het begin door schizofrenie als een ziekte te definiëren. Ze starten met het onderzoeken van menselijke wezens als zieke mensen en ze komen tot de conclusie van het bestaan van een ziekte. Deze manier van redeneren wordt “petitio principii”(Latijn) of “begging the question” genoemd. De manier van kijken naar zaken bepaalt het eindresultaat.

  1. Ceteris in Paribus: betekende alle dingen blijven hetzelfde. Het is een uitdrukking gebruikt door economen. Economen onderzoeken het gedrag van economische subjecten en gemeenschappen in het groot. Met als resultaat het ontwikkelen van modellen om gedrag te voorspellen. Maar ze voegen altijd deze drie woorden toe: ceteris in paribus. Een model is niet precies hetzelfde als de realiteit en daarom zullen bepaalde factoren welke onbekend zijn niet meegenomen zijn in het model. De voorspelling is slechts een voorspelling en niet 100% bewijs. Psychiaters kunnen wat bescheidenheid leren van de economen omdat zij in hun analyses een hoop informatie buiten beschouwing laten. Wat voor ouders heeft het kind? Zijn deze ouders rijk of arm? Heeft het kind “significant others” met wie hij zich kan verhouden (grootouders, onderwijzers, geloofsgenoten etc.). De doctoren presenteren hun feiten als 100% waar maar vergeten op hetzelfde moment te vermelden dat ze in hun onderzoek een hoop (sociaal) materiaal buitengesloten hebben.

  2. Een ander argument om mijn lijst van argumenten mee af te sluiten: hoe moet de relatie gezien worden tussen de genen en menselijk gedrag? Welnu, er is geen relatie. Genen zijn de menselijke bouwstenen welke het leven vormen. Maar het leven is wat je ervan maakt.

Ik zal je een voorbeeld geven om dit te verduidelijken:

Wanneer je een huis koopt, is er slechts weinig dat je kunt doen om de vorm van het huis te veranderen. Maar de vorm van het huis bepaalt niet hoe je het zult inrichten en hoe je erin zult wonen. Dat is allemaal voorbehouden aan het individu. Hetzelfde geldt voor het menselijk leven. Menselijke genen bouwen menselijk leven maar bepalen het niet. Dus waar gaat dit onderzoek naar de genetica van schizofrenie dan werkelijk over? Om de opbouw van het menselijk individu te veranderen. Nee, op het moment dat een individu geboren is, is alles al op zijn plaats. Genentherapie is niet mogelijk.

Waarom dat vasthouden aan de genetica hoewel het elke voorspellende waarde heeft verloren? De reden hiervoor is dat wanneer wordt vastgesteld dat schizofrenie niet genetisch is, de psychiatrie en de doktoren buiten spel staan en geen wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan patiënten die toch meer mensen blijken te zijn dan de doktoren ooit voor mogelijk hebben gehouden.